
Recuperatie van BTW
De nieuwe btw-regeling voor bedrijfswagens
Op 1 januari 2013 trad de nieuwe regelgeving over de btw-aftrek op bedrijfswagens in voege. De nieuwe aanpak is van toepassing op alle bedrijfswagens (personenwagens in leasing, fleet management en eigen beheer). De aftrekbeperking geldt voor alle diensten die betrekking hebben op het voertuig (onderhoudskosten, brandstofkosten, enz.)
Voor het nieuwe regime werd een systeem uitgewerkt dat nauwer aansluit bij de realiteit en dus bij het werkelijk beroepsgebruik van de bedrijfswagen.
De fiscus staat drie methoden toe:
- Een rittenadministratie bijhouden per bedrijfswagen. Dit kan manueel (rittenboekje, softwareprogramma) of op geautomatiseerde wijze (aangepast GPS-systeem). Het privégebruik moet worden bepaald op grond van het werkelijk aantal gereden privékilometers (woon-werkverkeer is eveneens privé) ten opzichte van het totaal aantal kilometers. Concreet dient het volgende bijgehouden te worden: datum, beginadres, eindadres, aantal afgelegde kilometers per rit en totaal aantal kilometers per dag. Dit moet toegepast worden per vervoermiddel van de onderneming en is voor een personenwagen beperkt tot maximum 50% aftrek.
- Voor wie dit te veel werk vindt, kan ook een semi-forfaitaire methode per bedrijfswagen toegepast worden. Om het privé-/beroepsgebruik te bepalen, wordt de volgende formule gebruikt:
% Privégebruik = ((afstand woon-werk x 2 x 200 (werkdagen) + 6000km) / totale afstand) x 100
Het beroepsgedeelte is dan "100% - % Privégebruik". Deze methode is echter voor een personenwagen beperkt tot maximum 50% aftrek. - Een volledige forfaitaire aftrek toepassen. De btw-aftrek op bedrijfswagens is beperkt tot 35%. Deze methode kan niet gecombineerd worden met één van de voorgaande methode en dient toegepast te worden op de volledige vloot bedrijfswagens gedurende een periode van minstens drie jaar.
Er dient verder nog een onderscheid gemaakt te worden tussen wagens die kosteloos ter beschikking gesteld worden en wagens waarvoor de werknemer een eigen bijdrage betaalt. In dit laatste geval is de btw verschuldigd over het bedrag van de vergoeding, die niet lager mag zijn dan de 'normale waarde'. Onder 'normaal' verstaan we het bedrag dat normaal door een klant zou betaald worden bij eerlijke concurrentie aan een onafhankelijke leverancier op dat tijdstip.